Meeleven in een kleine gemeenschap, aankomen met het idee van hulpverlening en vervolgens zelf van alle kanten geholpen worden en als vreemdeling tussen de vreemdelingen je draai vinden: een maand wonen in Camini, met onze campers bij het voetbalveld, lijkt moeilijk in woorden te vatten. Want hoe omschrijf je het gevoel van acceptatie vanaf het eerste moment, terwijl mensen je helemaal niet kennen? Hoe vertel je goed over wat het met je doet als je iemand probeert te helpen met zijn zware werk en vervolgens steeds getrakteerd wordt bij de bar? En hoe laat je zien hoe je taalbarriĆØres overstijgt door een kind dat het om wat voor reden dan ook even moeilijk heeft een knuffel te geven?

Nu schetsen we misschien een tĆ© idealistisch plaatje en dat is ook weer onterecht. Want ondanks dat onze ervaring bijzonder was, is het leven in het Zuid-Italiaanse Camini dat – zoals overal natuurlijk – niet altijd. Zoā€™n anderhalf jaar geleden kwam vooral Riace, het buurdorp van Camini, breed uitgemeten in het nieuws. Hun model, waarbij vluchtelingen in een leeglopend dorpje integreren wat een win-win-situatie voor zowel locals als vreemdelingen is, leek een daverend succes en werd door omliggende dorpen overgenomen. Maar met het veranderende politieke klimaat in ItaliĆ« bleek het Riace-model niet onomstotelijk, met het verbannen van burgemeester Mimmo, die het model bedacht, als dieptepunt. Ook Camini merkt verandering nu de coƶperatie Jungi Mundi, waarmee wij samenwerkten en die verantwoordelijk is voor het integratieproces van de migranten in het dorp, een nieuwe subsidieaanvraag moet doen en de bui eigenlijk al voelt hangen; de meesten zijn bang dat ook het Camini-model volgend jaar verdwijnt. 

De coƶperatie is een interessante organisatie. Er wordt een programma gehanteerd waarbinnen migranten in ruil voor een integratieproces met onder meer taalles, kinderopvang en woonvesting, beschikbaar moeten zijn voor werk in het dorp. Daarnaast runt Jungi Mundi een laaggeprijsde bar die de saamhorigheid in het dorp sterk bevordert. Maar niet alleen de coƶperatie heeft het moeilijk, ook de migranten die we in Camini ontmoeten gaat het niet alleen maar voor de wind in een model dat zo mooi klinkt. Er wordt van verwacht dat ze hard werken voor weinig geld, zonder enige zekerheid wat er gebeurt zodra ze na twee jaar het programma verlaten. Mogen ze blijven? Kunnen ze blijven? Willen ze blijven? Als we kijken naar de eerdergenoemde bar op het dorpsplein zien wij een voor ons ongekend bijzondere samensmelting van leeftijden, culturen en achtergronden onder het genot van door een migrant versgebakken pizza en een filmavond met een beamer, maar we beseffen ons ook dat dit slechts een selectieve afspiegeling is van het leven in Camini. 

Van verschillende kanten mochten wij dit leven een maand lang beleven. Op de eerste dag werden we blij ontvangen bij Jungi Mundi, heette de burgemeester ons persoonlijk welkom en werd de sanitaire voorziening bij het voetbalveld waar we met de campers zouden verblijven opgeknapt. Meerdere malen kwam men kijken of we het wel naar ons zin hadden en of we een fijne plek hadden – en dan hebben we het nog niet eens over het lieve, dementerende opaā€™tje dat ons soms meerdere malen per dag kwam bezoeken om te ontdekken wie die twee gezinnen met jonge, blonde kindjes vlak bij zijn huis nou eigenlijk zijn. 

We konden op verschillende manieren aan het werk; de mannen elke ochtend vroeg op het land waar een gevestigde migrant verantwoordelijk voor is, de vrouwen elke ochtend als mede-leidsters bij de kinderopvang en de mannen elke avond bij het voetballen met de jongeren en jongvolwassenen. Eigen ideeĆ«n over Hollandse spelletjesdagen, buurt barbecues en kunst maken met de kinderen hadden we volop, maar we merkten al gauw dat de Italiaanse manier van werken nogal verschilt van de Nederlandse; minder georganiseerd, meer ā€œwe-zien-welā€, minder afspraken maken, meer spontaan samenwerken. Van onze ideeĆ«n kwam uiteindelijk weinig terecht, maar dat was okĆ©. Na onze ervaring in Duinkerke, waar het vooral knallen, knallen, knallen was, kregen we hier de kans om op een rustig tempo mee te doen met wat er gaande was en op die manier naast mensen te staan, zoals we in ons projectdoel zo mooi omschreven. 

Ergens in het midden tussen deze twee uitersten ligt hopelijk een idee dat we kunnen gebruiken als we met CamperCalling weer verder gaan, onderweg naar mensen die het moeilijk hebben. Op deze manier mochten wij iets betekenen voor de verschillende mensen die we in Camini ontmoetten en met wie wij relaties mochten opbouwen. Zo kregen we bijvoorbeeld onlangs nog een spraakmemo op WhatsApp met ā€œthank you so much for being in Caminiā€. Maar Camini betekende ook veel voor ons. We voelden ons thuis, onze kinderen mochten nieuwe vriendjes maken op het kinderdagverblijf en we kregen naast veel vers fruit, groente en eieren van zowel de boer met wie de mannen werkten als locals en medewerkers van Jungi Mundi die zelf veel verbouwen, ook weer nieuwe ideeĆ«n en een richting om verder Europa mee in te trekken.