Afgelopen week waren we weer in Duinkerke om de vluchtelingen daar bij te staan in hun nood. Honderden mensen, inclusief gezinnen met jonge kinderen, wonen nu in tentjes opgezet onder de beschutting van de ruïnes van enkele oude fabriekshallen. De situatie is nog altijd even schrijnend, en duurt voor ieder van hen maanden, soms zelfs jaren lang. Hun laatste hoop is om Engeland te bereiken en daar een illegaal leven ‘op te bouwen’, omdat dat nog altijd zoveel beter is dan hun leven in bijvoorbeeld Irak, waar de meeste van deze vluchtelingen vandaan komen. Terug gaan is geen optie. En dit is wat ze er na al die tijd dat ze al weg van huis zijn nog voor over hebben. Dit is de prijs die ze bereid zijn te betalen, deze haast onmenselijke situatie, op zoek naar een veilig thuis en een leven met eerlijke kansen.

Het is een schrijnende situatie. De overtocht naar Engeland is met behulp van smokkelaars al zeer moeilijk, maar voor hen die niet (meer) over financiële middelen beschikken en er alleen voor staan, misschien wel haast onmogelijk. Met behulp van honden worden zij aan boord opgespoord, waarna ze tijdelijk worden vastgezet om vervolgens weer in Calais op straat te worden gezet. En daar staan ze dan…

Waar voorheen in het naastgelegen bos de politie eens in de paar dagen alles ontruimde en alle tenten probeerde te verwijderen, lijkt het alsof ze bij elkaar gekomen in dit gebied bij de oude fabriek meer met rust gelaten worden. In de buurt van het enorme commerciële centrum Grand-Synthe en direct aan een drukke rotonde, is er dit stukje wat haast van een andere wereld lijkt te zijn. Het hoort er niet bij, het is haast onwerkelijk. En hoewel de modderige, door de vluchtelingen druk bewandelde route niet te missen is, doet de lokale bevolking net alsof ze er niet zijn. Europa doet net alsof ze er niet zijn. Maar ze zijn er wel, en ze kunnen geen kant op. Dit is puur overleven.

In deze oude loodsen is niets behalve puin en afval. Geen elektriciteit, geen toilet… er is niets. Op één kapotte, altijd stromende brandkraan na, is hier geen enkele voorziening. Op de parkeerplaats bij het bos komen gelukkig dagelijks wel wat vrijwilligersorganisaties langs die de vluchtelingen proberen te voorzien van eten en drinken. En veel van de vluchtelingen bezoeken af en toe het winkelcentrum anderhalf kilometer verderop voor de warmte, het toilet en internet. Op die route is waar wij weer zijn gaan staan om hen te ontmoeten met een kop warme chocolademelk met slagroom, een croissant en warme sokken, en met alle kleding die onze achterban gedoneerd heeft.

Dankbaar nemen ze van ons aan wat ze nodig hebben, en de rest verdelen ze onder elkaar of geven ze terug zodat we het aan een ander kunnen geven. We maken een praatje en proberen met ze mee te leven, voor zover dat gaat…

Keer op keer blijven wij verwonderd over de vriendelijkheid en de veerkracht van deze mensen. En keer op keer worden wij weer geraakt door de mensen die wel gebroken zijn, hun hoop lijken te verliezen en de pijn die we in hun ogen zien.

Hierboven zie je de beelden van de mensen, hun leefomstandigheden en onze ontmoeting met hen.

 

 

 

 

Foto’s en tekst: Sebas.