Op zo’n driehonderd kilometer van huis leven honderden vluchtelingen in het bos in Duinkerke. Tot deze verontrustende conclusie kwam ik (Shanna) een aantal weken nadat we met ons voormalig campergezelschap de keuze maakten om weer een toekomstig campergezelschap te worden en vluchtelingen in Europa op te zoeken. Het voelde alsof het de bedoeling was dat ik de goede mensen van Stand by You Foundation tegen het lijf liep in mijn lokale supermarkt, en een aantal maanden later met een van hen persoonlijk in contact kwam via mijn oude werkgever.

Dus leek Duinkerke ons een logische eerste bestemming om vluchtelingenwerk te doen. We meldden ons aan bij de organisatie die elke maand een weekend naar het vluchtelingenkamp in Frankrijk gaat en kwamen in een WhatsApp-groep terecht vol bevlogen vrijwilligers die enthousiast geld en goederen inzamelden. Alleen al via deze voorpret, terwijl wij net aan onze nieuwe camperleven aan het wennen waren, kregen we ontzettend veel zin om ons project op deze manier af te trappen.


In het weekend van 18, 19 en 20 mei was ons campergezelschap op de intrigerende plek waar mensen vlak bij een gigantisch en drukbezocht commercieel centrum ontzettend primitief leven. We leren dat er voornamelijk alleenstaande, jonge mannen leven in ‘de jungle’, zoals het kamp in het bos in de volksmond genoemd wordt. Deze mannen van voornamelijk Afghaanse, Pakistaanse en Koerdische afkomst zijn in de meeste gevallen uitgeprocedeerd in hun asielaanvraag en proberen via Duinkerke illegaal naar Engeland te komen. Aan de andere kant van de zee schijn je zonder verblijfsvergunning makkelijker aan werk en woonvesting te kunnen komen. Via een soort smokkelaarsmarktplaats reserveert men een plek in een zeecontainer, voor veel geld, met het grote risico om gesnapt te worden. Als dat gebeurt zien ze die avond niet alleen hun mogelijkheid op een beter leven als sneeuw voor de zon verdwijnen, het kan ook zomaar gebeuren dat hen een afranseling van de politie te wachten staat op een afgelegen plek waar beveiligingscamera’s het niet registreren. Sommigen proberen het snel nog eens, anderen hebben een tijdje nodig om van de schrik te bekomen.

Omdat het ons niet verstandig leek om onze campers te dichtbij de jungle te parkeren tijdens het werk, waren het Sebas en Patrick die een paar dagen flink aan de bak zijn gegaan in samenwerking met de Nederlandse organisatie. Dit zijn hun verhalen.

Patrick hielp het weekend onder meer met water uitdelen, burgers bakken en broodjes ei uitdelen: “Een parkeerterrein in een klein natuurgebied; dat was onze werkplek voor een paar dagen. Een plek vol lokale flora en fauna (lees: ratten), met een vooral vrolijke en uitgelaten sfeer. Toch was er soms een rauw randje, waardoor het op z’n tijd ook grimmig kon zijn. Ik ging het weekend in met de verwachting dat het werken in Duinkerke een goede impuls zou geven aan ons project omdat het lekker concreet is, en onze eigen plannen dat nog niet zijn. Die verwachtingen zijn uitgekomen! Daarnaast vond ik het weekend meehelpen vooral leuk, maar ook confronterend en vermoeiend. Leuk omdat het dankbaar werk is, en je bijzondere ontmoetingen hebt. Confronterend omdat je van je messias-complex afgeholpen wordt door mensen die geen directe nood ervaren maar zich prima redden en jou gebruiken voor hun eigen voordeel. Ik heb dan ook weer geleerd dat je een open houding moet hebben, en niet teveel gefixeerde of concrete verwachtingen moet hebben. Het werken met deze doelgroep in Duinkerke, voornamelijk alleenstaande, jonge mannen die uitgeprocedeerd zijn, heeft volgens mij ook bevestigd dat de kwetsbare doelgroep, gezinnen, vrouwen en ouderen, voor ons goed gekozen is. Dat neemt niet weg dat ik het mooi vond om de verschillende verhalen achter de vluchtelingen te horen. Je krijgt iets te zien van de veerkracht van de mens, en dat heeft het meeste indruk op mij gemaakt. Het werk daar in ‘de jungle’ is ook voor de vluchtelingen, mensen die aan de kant geschoven zijn, denk ik erg bemoedigend; het feit dat mensen de moeite nemen om ze op te zoeken, eten voor ze maken en met ze in gesprek gaan.”

Sebas hielp dit weekend onder meer met thee inschenken en uitdelen, schoenen uitdelen en voedselpakketten samenstellen: “Wat mij dit weekend vooral heeft bewogen, is een band opbouwen met de mensen in het kamp. Het is fijn om te zien dat ze even kunnen chillen, terwijl ze in een uitzichtloze situatie zitten die ik zelf nog steeds niet echt kan snappen. In het bos, waar de mensen leven, zijn door vluchtelingen veel paden gemaakt. Er is niks, behalve een wasbak met wat kraantjes. Tussen de supermarkt even verderop en het bos lag veel afval en het kan niet anders dan dat er in de bosjes veel ontlasting ligt. In een soort subkampje in de jungle, waar een groepje mensen al een paar jaar leeft, is de grond inmiddels volledig kaal getrapt – het is helemaal glad. Her en der ligt afval, de tenten zijn stukgegaan en weer gerepareerd; uit alles blijkt de ellende. Er zijn wat boomstammen om op te zitten, misschien twee krukjes, een oude salontafel waar brood op gemaakt wordt, een jerrycan waarmee men zich wast, wat pannen op een kleedje… Alles is minimaal en er is niet veel zorg aan besteed – wie weet wordt het morgen door de politie plat gegooid, wie weet zijn ze morgen wel in Engeland. Er jaren blijven was nooit het plan… Ook niet voor een man die ik ontmoette, op wie ik even afstapte omdat ik hem er zo depressief uit vond zien. Hij zat er al drie jaar! De zorgen en de strijd in zijn ogen om zich vast te houden aan zijn doel, dat hij zo hard nodig heeft om nog hoop te kunnen hebben, hebben op mij het meeste indruk gemaakt. Helaas stond de taalbarrière tussen ons in, dus kwamen we in ons contact niet echt verder. Ik ben enorm dankbaar dat ik onderdeel was van de groep vrijwilligers dit weekend.

Op zaterdag was er een overvloed aan eten en drinken, het zonnetje scheen en de muziek was vrolijk. De vluchtelingen druppelden de parkeerplaats op en sommigen leken oprecht een goede tijd te hebben. Op zondag, toen het regende, was de sfeer heel anders. Vluchtelingen kwamen met tegenzin even kijken wat er te halen valt, het werk werd meer lopende-band-werk, er waren weinig gesprekken en weinig oog voor elkaar. Logisch, want niemand wil in een bos wonen als het regent. Samen met Patrick en een andere vrijwilliger heb ik ook nog thee gedronken met wat jongens die in de jungle wonen. Deze ontmoeting, en vooral de situatie in hun subkamp, vond ik heftig, of eigenlijk vooral triest en… leeg. In hun kamp was niks, maar vooral in hun ogen ontbrak het aan levenslust. Duf en uitgeblust zaten ze daar, lam geslagen door het constante wachten, wachten, wachten. Gelukkig kon er nog wel af en toe een grapje vanaf. Al met al was dit een enerverend weekend, leerzaam en inspirerend. Ik merkte dat ik graag nog meer van dit werk wil doen, maar dan net even anders en met een andere doelgroep. Ik voel me bevestigd in ons eigen plan, om vluchtende families te ontmoeten in een fijne setting en er voor hen te zijn.”

Het werken in de Franse kustplek, waar we dubbel als dat voelt ook hebben genoten van schelpen- en krabbenjachten met de kinderen, was erg leerzaam. Voor ons persoonlijk, maar ook voor ons eigen initiatief, dat momenteel vorm krijgt. Zo merkten we dat de vluchtelingen redelijk goed ‘verzorgd’ worden door organisaties met basiseten en -drinken en dat het heel fijn was om iets bijzonders te doen, iets extra’s. Via Stand by You waren dat onder meer zo’n 2.000 halalburgers, waardoor er met Arabische muziek en dans een heuse burgerparty ontstond. Prachtig en ook aansluitend bij onze visie waarmee we mensen die op de vlucht zijn geslagen hun zorgen voor even zouden willen laten vergeten, hen ‘gewoon’ een leuke tijd te laten hebben. Na slechts een paar dagen flink de handen uit de mouwen steken in samenwerking met een andere organisatie, voelde het goed en motiverend om inspiratie te krijgen voor ons Project Caesura en gaan we vol verwachting verder Europa in.