Na het rijden van de Balkan-route komen we bij de Grieks-Turkse grens met aan Griekse zijde verschillende vluchtelingenkampen en met als grootste hindernis voor de vluchtelingen voor het binnenkomen van de EU de grensrivier de Evros. Het militaire vluchtelingenkamp Filakio kunnen we alleen van afstand bekijken, en de grensrivier de Evros is op enkele plekken na afgeschermd voor publiek. De omgeving lijkt zijn adem in te houden; overal zien we sporen van vluchtelingen. Kledingstukken, etenswaren, en we zien een aantal keer een groepje lopen in de verte. De paden waarop we ze zien leiden allen naar het beruchte treinspoor.

We krijgen hier geen voet aan de grond en besluiten, gezien de vele militairen, door te reizen naar bekend terrein: Lesbos.

Op het moment van schrijven zijn er ruim 14.000 vluchtelingen in Moria, formeel geen vluchtelingenkamp maar een hotspot, wat in de praktijk betekent dat vluchtelingen hier nog minder rechten hebben en de omstandigheden mensonterend zijn. Ons treft vooral de aanblik van de vele kinderen. We zien groepen kinderen knikkeren met flessendoppen, met elkaar op de vuist gaan om een broodje, en horen verhalen over hoe de kleinsten ’s nachts door de vele ratten gebeten worden, met meer dan 2000 kinderen onder de 5 jaar in het kamp geen klein probleem. Over de omstandigheden in Moria is echter al een hoop gezegd, voor meer details hierover verwijzen we graag naar de website van Stichting Bootvluchteling, die hier beeldend en aangrijpend over weten te verhalen. 

Femi* ontmoetten we toen hij met zijn bootje samen met ongeveer 40 anderen aankwam op het eiland. Hij komt uit Sudan en heeft anderhalf jaar in Turkije geleefd voordat hij de oversteek naar Lesbos kon maken. Zijn grootste angst -teruggestuurd worden naar Turkije- zegt veel over de omstandigheden daar. Nadat we hem verschillende keren hebben uitgelegd hoe de procedure vanaf hier zal lopen mogen we de politie bellen om de nieuw aangekomen vluchtelingen op te komen halen van het strand. Bij aankomst op het eiland worden vluchtelingen door een politiebus opgehaald om naar Moria gebracht te worden. Hierbij wordt ze verteld dat ze naar hun nieuwe huis gebracht worden waar ze kunnen douchen en eten. Eenmaal in Moria worden ze onder politie-escorte naar het registratiekantoor gebracht, waarna ze aan hun lot worden overgelaten. Femi is hier inmiddels ruim een maand, slaapt nog steeds buiten, en heeft na zijn registratie bij aankomst nog niemand van de overheid gesproken omtrent zijn procedure. Deze situatie kan maandenlang blijven bestaan. Soms duurt het anderhalf jaar voordat vluchtelingen in Moria de eerste stap zetten in hun asielprocedure. Hierdoor leven er duizenden vluchtelingen jarenlang op het eiland in erbarmelijke omstandigheden, zonder dagbesteding of perspectief. Hoe erg de fysieke omstandigheden ook zijn, de grootste vijand van de vluchteling wordt vanzelf het eindeloze wachten. Het leven staat stil, maar de tijd tikt door. Kinderen groeien op in Moria en zullen nooit een eerlijke kans krijgen in Europa. De invloed hiervan is voor ons vooral zichtbaar in het straatbeeld, maar laat diepe sporen na in de samenleving. 

Vasiliki* heeft al 25 jaar een winkel in de hoofdstraat van Mytilini, en vertelt ons over het leven hier als local. “De afgelopen vijf jaar zijn mijn inkomsten gehalveerd, zijn mijn kinderen vertrokken omdat er geen werk is op het eiland, en er komen nauwelijks nog toeristen. Inmiddels maak ik het mee dat ik door vluchtelingen nagestaard word op het strand omdat ze geen vrouwen in bikini gewend zijn. Dat zijn rechten waar we als vrouwen voor gevochten hebben op dit eiland. Maar nu is hier geen werk, de jeugd is weg, en het eiland is kapot. En intussen staan er hier op het strand vrijwilligers uit heel Europa vluchtelingen welkom te heten op mijn eiland. Vrijwilligers die zelf na twee weken weer vertrekken naar hun eigen land, waar de vluchtelingen die ze hier welkom heten niet welkom zijn. Waar halen ze het recht vandaan mensen welkom te heten in mijn land om ze vervolgens hier achter te laten?” 

Wanneer we bij lokale medewerkers van verschillende NGO’snavraag doen naar hun ervaring hiervan horen we veelal hetzelfde geluid: hun betrokkenheid bij de vluchtelingencrisis heeft hen veel vrienden gekost, veel scheve blikken en verwensingen opgeleverd, en in sommige gevallen heeft het zelfs geleid tot fysieke bedreigingen. Voor Daphne*, die sinds 2015 voor een lokale vluchtelingenorganisatie werkt, is de maat nu vol. In de gemeenschap waar ze woont wordt ze door veel mensen niet meer geaccepteerd. Ze heeft weinig vrienden meer over, en na verschillende bedreigingen is de spanning te hoogopgelopen. Ze heeft besloten het eiland te verlaten en haar kinderen achterna te gaan, die hier vanwege de werkeloosheid al jaren geleden vertrokken zijn. Een week nadat ze ons dit vertelt heeft ze het eiland daadwerkelijk verlaten. Een verdeelde samenleving, een verloren generatie, en een onherstelbaar beschadigd vertrouwen in de politiek. Tegen deze achtergrond worden op de heuvel Moria duizenden vluchtelingenlevens geslachtofferd aan het systeem, voor het comfort van West-Europa. 

Tekst: Patrick // Beeld: Patrick & Sebas