De oude Balkan-route is de weg waarlangs in 2015 vluchtelingen vanuit Griekenland de EU binnentrokken. Het One-Stop-Center in Šid, op de grens tussen Servië en Kroatië was een baken van hoop vanwaar de vluchtelingen per trein naar een land van melk en honing naar keuze reisden.

Tegenwoordig is het een bottleneck waar de reis van veel vluchtelingen vroegtijdig ten einde komt en hoop langzaam verandert in wanhoop. Vanuit twee verschillende grenskampen probeert men langs ‘de waakhond van de EU’ te komen, zoals Kroatië door vluchtelingen genoemd wordt. Waar gezinnen proberen in een goederentrein te klimmen, zijn de mogelijkheden voor alleenstaanden wat uitgebreider: lopen, liften, of op, onder of in een vrachtwagen zijn de meest gehoorde mogelijkheden. Een onderneming met weinig kans van slagen. De grens wordt bewaakt met camera’s met night vision en warmtesensoren. De schattingen van de verschillende vluchtelingen die we spreken komen overeen: zo’n drie tot zes gelukkigen halen het per maand naar de andere kant. Word je gepakt dan verschillen de consequenties van een paar dagen vastzitten, een pak slaag, tot gewoon weer aan de andere kant gezet worden.

Bashir* vertelt ons dat hij hier al ruim een jaar zit en tenminste twintig keer geprobeerd heeft de grens over te steken. Hij verblijft samen met een aantal lotgenoten in een tentenkampje in de bossen; wanneer je je drie dagen niet meldt in het kamp word je uitgeschreven. Aangezien er veel vluchtelingen een paar dagen vast zitten na een mislukte poging schat Bashir dat er naast de vijfhonderd mensen in de twee kampen nog zo’n driehonderd mensen buiten de kampen rondom Šid leven. Hoe de situatie in de kampen is blijft onbekend, we worden niet toegelaten. Het feit dat er naast de vluchtelingen die uitgeschreven zijn ook vluchtelingen zijn die vrijwillig buiten de kampen leven spreekt boekdelen.

Hadi*  is één van hen. Hij verblijft met een aantal anderen in een leegstaand pand aan de rand van de stad. Hij is hier pas twee maanden en probeert naar eigen zeggen bijna dagelijks de grens over te steken. Het is hem weleens gelukt, maar eenmaal aan de andere kant stuit men op de volgende hindernis: wanneer ze gezien worden aan de andere kant van de grens wordt de politie gebeld en worden ze opgepakt en weer teruggebracht. Pas ver in het binnenland van Kroatië is het gevaar geweken. Hadi neemt inmiddels verschillende outfits mee en zodra hij denkt gezien te zijn kleedt hij zich om, om niet meer aan het signalement te voldoen. Tot nu toe zonder succes. 

Deze uitzichtloze situatie, het gebrek aan perspectief en hoop, de algehele zinloosheid heeft gezorgd voor het ontstaan van ‘The Game’. The Game is het grote verhaal van alle pogingen de grens over te steken. Het is het kader waarbinnen dingen weer zin krijgen, zelfs een sociale structuur waarbinnen er hierarchie heerst. The Game is voor de vluchtelingen hier de dagelijkse realiteit. De ‘spelers’ van de dag genieten een zeker aanzien. De spelers van gisteren, zij die vandaag game-over zijn, trekken zich terug en likken hun wonden. Kostbare spullen nemen de spelers nauwelijks mee, want als je gepakt wordt ben je ze kwijt. De bezittingen van de spelers worden dus in bewaring gegeven, en het succes van de spelers kent dus ook belanghebbenden bij de achterblijvers: als de poging slaagt hebben de spullen een nieuwe eigenaar. Er wordt dus goed voor de spelers gezorgd, er wordt  ze moed ingepraat en ze krijgen een dubbele portie eten. The Game doet deze mensen niet alleen ontsnappen uit een heden zonder toekomst, maar ook uit een verleden zonder vrede. Iedereen hier heeft zijn eigen verhaal, en zoals Hadi ons zei: ‘elk verhaal doet je het vorige vergeten.’ Een schrijnende waarheid. 

Mensen hoop geven voor de toekomst zonder mee te gaan in hun wensdenken is erg lastig binnen zo’n sterk narratief. Door als buitenstaanders mee te leven maar toch reeël te zijn over de toekomst als vluchteling binnen de EU proberen we te laten zien dat er leven is buiten The Game en de EU. 

*wegens privacy-overwegingen zijn de namen van Bashir en Hadi gefingeerd.

Tekst: Patrick / Foto’s: Sebas